De docent

ADHD-leerlingen zijn niet de gemakkelijkste leerlingen, een docent zal veel tijd een deze leerlingen kwijt zijn. Het bieden van duidelijkheid, structuur,  regelmatige begeleiding en een positieve benadering in combinatie met consequent handelen verlicht de taak enigszins.

Een goede kennis van de thuissituatie zeker indien medicatie is voorgeschreven is van eminent belang.

Van de docent wordt veel inzet gevraagd, begrip, geduld en warmte kunnen hierbij van grote waarde zijn. En een beetje speelsheid en de nodige dosis humor zullen zeker helpen die taak te verlichten.

Begeleiding van leerlingen met ADHD dient gericht te zijn op preventie, het bevorderen van de zelfstandigheid van de leerling en het leren omgaan met problematiek.

Aanpak in de klas

Iedere leerling is anders, dat geldt ook voor leerlingen met ADHD. De wijze van aanpak binnen de klassensituatie is bij iedere leerling dan ook anders.

Aandachtsregulatie

Kinderen met ADHD hebben soms moeite om zich te concentreren, ze kunnen bijvoorbeeld klagen over “een vol hoofd” waardoor opletten en onthouden onder druk komt te staan. Problemen met de aandachtsregulatie uiten zich vaak door afdwalen en dromerigheid, er kan echter ook sprake zijn van bewegingsonrust.

In de klas heeft een kind vaak moeite om op te letten en de opdrachten te voltooien.

De leerling met ADHD heeft moeite met het omgaan van alle prikkels die worden opgevangen. De informatie wordt niet goed verwerkt omdat de leerling heeft moeite onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. De aandachtsregulatie verspringt telkens naar nieuwe inkomende prikkels.

Doordat zij daardoor worden overspoeld met informatie stopt het opnemen van informatie , hetgeen zich kan manifesteren in zowel hyperactiefgedrag als het zich volledig afsluiten voor de buitenwereld.

Het is belangrijk om de leerling met ADHD, omdat deze zichzelf beperkt kan aansturen te ondersteunen in de zelfregulatie en -controle. Een leerling met ADHD functioneert vaak sociaal-emotioneel als een jonger kind.

Probeer de  omgevingsprikkels zo laag mogelijk te houden voor de leerling. Plaats daarvoor de leerling bijvoorbeeld voorin de klas.

Biedt variatie in de opdrachten en activiteiten zodat de leerling zich niet gaat vervelen.

Geef korte duidelijke aanwijzingen in duidelijke stappen.

Zorg ervoor dat opgelegde taken overzichtelijk zijn beperk dat tot een activiteit.
 
Zorg voor regelmatig oogcontact.

Laat de leerling gegeven instructies herhalen.

Vergeet de leerling niet regelmatig te complimenteren.

Geef indien nodig de leerling iets meer tijd voor een opdracht
.
Leer de leerling zelfinstructiemethoden zoals de zelfinstructiemethode van
Meichenbaum

Impulsiviteit

Zorg voor een tijdige uitleg bij situatiewijzigingen en maak daar goede afspraken over.
 
Bespreek wat wel en wat niet aanvaardbaar gedrag is in de klas.

Spreek de leerling direct aan als de situatie daarom vraagt.

Geef stapsgewijs oplossingen aan.

Probleem –  Middelen om doel te bereiken – Eerste handeling – Vervolg handeling

Verstrek voor en tijdens de opdracht instructies.

Vraag de leerling hoe deze een taak gaat aanpakken en geef daarbij sturing.

Geef extra tijd en ruimte aan de leerling om de taak te volbrengen

Motorische onrust

Geeft de leerling de kans zich regelmatig korte tijd te bewegen maak hierover duidelijke afspraken.

Zorg voor korte pauze momenten tussen opdrachten en taken.

Gebrek aan motivatie

Maak positieve opmerkingen richting de leerling.

Maak boosheid en frustratie bij de leerling bespreekbaar en wijs deze erop hoe die kan en mag  reageren op die gevoelens.

Wees expliciet aangaande de verwachte werkhouding

Reageer zelf niet boos, maar leg uit wat aanvaardbaar gedrag is.

Geef tussentijdse instructies.

Geef extra aandacht als de leerling blijkt geeft moeite te hebben  met een taak of opdracht.

Zelfstandigheid

Zorg voor structuur.

Leer zelfstructuur aan.

Complimenteer.

Laat de leerling opdrachten en taken uitvoeren op een pc of tablet.

Zorg vooral bij werkstukken en grotere opdrachten voor werkschema's  en duidelijke roosters.

Sociaal gedrag

Bespreek een escalatie en laat het kind leren vanuit ervaring.

Geef handvatten aan in structuurarme situaties

Bespreek dat wat gaat komen.

Leg uit wat aanvaardbaar sociaal gedrag is.

Complimenteer bij gewenst positief gedrag.

Concentratieproblemen

Biedt structuur.

Maak de gegeven informatie niet te complex.

Zorg voor een prikkelarme omgeving.

Beperk het werkmateriaal tot het hoog nodige.

Geef de leerling een plaats dicht bij de docent.

Geef korte, duidelijke enkelvoudige opdrachten.

Geef vooraf het doel aan.

Geef verbale ondersteuning.

Geef voorbeelden bij de instructies.

Maak indien mogelijk gebruik van audiovisueel materiaal.

Hou rekening met de concentratieduur van de leerling.

{jssocials}
Share on Facebook!Share on Twitter!g+