Hoe te handelen bij agressief gedrag

Ga nooit in discussie.

Maak duidelijk dat je wilt dat het gedrag stopt.

Herhaal indien nodig als een hangende grammofoonplaat dat u wilt dat het gedrag stopt.

Maak oogcontact.

Zeg niet wat je niet wilt (dat werkt zelden of nooit)

Humor kan helpen, spot en cynisme niet

Behoud de uw kalmte en reageer niet op emotionele beledigende uitspraken.

Bedenk: ”De leerling heeft een probleem, niet ik”

Negeer dreigementen en blijf zelf correct en in controle.

Gebruik geen geweld tenzij uit zelfverdediging, geweld  versterkt de agressie.

Deëscaleer

Geef de leerling de kans stoom af te blazen en gaaf pas daarna instructies.

Bedenk dat verbaal geweld een teken is  van onmacht en zwakte, laat de leerling in zijn waarde en val deze niet persoonlijk aan.

Schep voor de leerling en voor jezelf een veilig klimaat, bereidt jezelf en de leerling voor op terugkeer in de klas.

Speel de gebeurtenis nog eens in gedachten af, wat kon beter of anders en waarom.

Een uitgestelde reactie is alleen zinvol indien:

- het uitdrukkelijk de bedoeling is er in een later stadium op terug te komen.
- de context daarbij wordt teruggehaald.
- het gedrag wordt benoemd en de uitwerking ervan op jou.
- de onderliggende hulpvraag of de behoefte wordt benoemd of onderzocht.

Wat als de situatie werkelijk uit de hand gelopen is?

Alarmeer zo nodig in de buurt zijnde collega’s en vraag gerust om assistentie.

Het is belangrijk rustig te blijven, geen reacties te geven en geen partij te kiezen. Bewerk door jezelf als buffer functioneert tussen partijen dat de orde wordt hersteld. En bedenk dat wat er gebeurd niet jou schud is. Lukt het je niet vraag dan een collega om assistentie.

Isoleer de probleemleerling(en) en begeleid deze naar naar een veilige opvangplek.
Geef de groep de gelegenheid het voorval te verwerken en de rust te hervinden door zich erover te laten uiten.

Geef de ruimte aan emoties als woede en angst maar maak geen verwijten over en weer.

Het door leerlingen laten vertellen over, of in ernstiger gevallen te laten schrijven over het voorval helpt bij de verwerking.

Breng de gebeurtenis is kaart en controleer of de verklaringen juist zijn.

Neem niet zelfstandig maatregelen maar overleg daarover met  collega's of directie. Vermijd impulsieve acties en zorg dat emoties niet bepalend zijn in de besluitvorming.

Informeer de groep duidelijk over de noodzaak van de te nemen maatregelen. Geef eventueel toelichting maar stel daarbij de maatregelen zelf niet ter discussie.

Ga bij je zelf na wat bij een toekomstige gelijkwaardige situatie anders dan wel beter zou kunnen en of dat de escalatie voorkomen had kunnen worden.

Een veilig schoolklimaat

door Jacqueline Visser

Extreme uitingen van geweld of langdurige pesterijen zijn er vaak de oorzaak van dat de veiligheid van een school plotseling in de schijnwerpers komt te staan. Scholen zijn geneigd op dergelijke incidenten met eenmalige maatregelen te reageren: kluisjes voor persoonlijke spullen, goed hang- en sluitwerk en de beruchte detectiepoortjes bij de ingang. Maar voor een veilig schoolklimaat is meer nodig.

Planmatige aanpak noodzakelijk

Incidenten vormen dikwijls de aanleiding om stil te staan bij de veiligheid op school. Maar om daadwerkelijk een veilig schoolklimaat en een veilige school realiseren, is het blussen van brandjes niet voldoende. Daarvoor is een planmatige en systematische aanpak noodzakelijk. Zo'n aanpak kan in vijf stappen verlopen.

In kaart brengen van de huidige situatie.
Formuleren van haalbare doelen.
Systematisch nagaan welke maatregelen nodig zijn.
Uitvoeren van de maatregelen.
Evaluatie van het gevoerde beleid.

Weet hebben van de mate waarin normoverschrijdend en crimineel gedrag voor komen, biedt de school de eerste aanknopingspunten voor eventuele actieplannen. Voorwaarde voor succesvol handelen is verder dat het schoolklimaat dergelijk gedrag niet tolereert en dat personeel, leerlingen en hun ouders zich veilig voelen om problemen te melden. Bovendien is bewust veiligheidsbeleid van belang: anticiperen op mogelijke incidenten, duidelijke regels en afspraken hoe met normoverschrijdend en crimineel gedrag om te gaan, en aandacht voor de veiligheid in het schoolgebouw en de omgeving.

Om scholen te ondersteunen in het verzamelen van concreet cijfermateriaal om de omvang van eventuele problemen in kaart te brengen, gebruikt KPC Groep vragenlijsten waarmee scholen inzicht krijgen in de mate waarin normoverschrijdend en crimineel gedrag voorkomt en de wijze waarop personeel, leerlingen en ouders schoolbeleid en –klimaat ervaren. Scholengemeenschap Bakendonck is hiervan een voorbeeld. (De naam van de school is veranderd, vanwege privacy-redenen). Bakendonck is gevestigd in een grote plattelandsgemeente en kent twee locaties: een voor de onderbouw en een voor de bovenbouw van het vmbo. De vragenlijsten zijn ingevuld door 107 personeelsleden en 533 leerlingen.

Normoverschrijdend en crimineel gedrag

De meest voorkomende vormen van crimineel gedrag zijn het stelen van eigendommen (17%), iemand opzettelijk lastig vallen (14%) en dingen bekladden (11%). Eveneens gemeld: een fiets vernielen (7,5%), een brandje aansteken (5%) en iemand bedreigen met een mes of iets dergelijks (4%). Ongeveer een kwart van de leerlingen bezit één of meer voorwerpen die als wapen bedoeld zijn: veelal een mes, stiletto of knuppel.

Twintig procent van de leerlingen heeft wel eens softdrugs gebruikt; vijf procent wel eens harddrugs. Pesten komt veelvuldig voor op school: circa 40% van de leerlingen wordt gepest en eveneens zo'n 40% pest zelf medeleerlingen. De leerlingen zijn vooral slachtoffer van gemeen uitschelden door medeleerlingen: 40% van de leerlingen meldt dit. Zo'n 15% van de leerlingen geeft aan uitgescholden te zijn door leraren. Storend schoolgedrag betreft volgens de leerlingen vooral het verstoren van lessen (51%) en het gemeen uitschelden van medeleerlingen (36%).

Circa een kwart van de leerlingen heeft wel eens een leraar uitgescholden. Ongewenste aanrakingen en handtastelijkheden komen volgens de leerlingen nogal eens voor, zowel door medeleerlingen (18% respectievelijk 9,5%) als door leraren (9% respectievelijk 4%).

Twee derde van de leerlingen die hiermee te maken heeft gehad, heeft daar wat van gezegd, uitgezonderd degenen die last hadden van handtastelijkheden door leraren. Van hen heeft slechts iets meer dan de helft van de betreffende leerlingen iets gezegd. Een aantal personeelsleden signaleert seksuele intimidatie. Sommigen hebben zich zelf wel eens seksueel geïntimideerd gevoeld. Enkelen hebben het idee dat collega's zich schuldig maken aan seksuele intimidatie van leerlingen, maar hebben niets met deze vermoedens gedaan.

Relatie leerlingen - leraren

Leerlingen zijn over het algemeen tevreden over de school en hun relatie met de leraren, al denken velen wel dat de leraren niet persoonlijk in hen zijn geïnteresseerd. Veel leerlingen (85%) melden dat leraren hun boosheid wel eens op hen afreageren en de helft geeft aan dat de leraren soms leerlingen negeren of kwetsen en hun macht misbruiken. Over de contacten met leerlingen zijn de meeste personeelsleden tevreden. Een derde geeft echter aan de leerlingen niet persoonlijk te kennen.

Regels op school

De school stelt duidelijke regels, aldus de leerlingen, en neemt maatregelen wanneer ze zich niet aan deze regels houden. Ruim twee derde geeft aan dat de meeste leraren uitleg geven over de regels die ze in de klas hanteren. Wel heeft een groot deel van de leerlingen het idee dat ze niet altijd eerlijk gestraft worden (41%) en slechts in beperkte mate beloond worden voor dingen die ze goed doen (32%). Vrijwel het gehele personeel zegt zelf goed overweg te kunnen met de schoolregels, terwijl ruim een kwart niet tevreden is over de wijze waarop collega's ermee omgaan. Ruim een derde vindt dat de leerlingen zich niet goed aan de regels houden.

Veiligheid

De meeste leerlingen voelen zich veilig op school. Fietsenstallingen en de directe omgeving van de school zijn de plekken waar sommige leerlingen zich niet veilig voelen. Leerlingen van de onderbouwlocatie geven bovendien aan dat ze hun spullen niet veilig kunnen opbergen. Ook het personeel voelt zich redelijk veilig op school. Fysieke bedreiging door leerlingen komt niet vaak voor. Wel voelt een derde van het personeel zich soms geestelijk gekwetst door leerlingen. Evenals de leerlingen signaleren ze de fietsenstalling en de directe omgeving van de school als onveilig voor de leerlingen.

De directe omgeving vindt een enkeling ook voor zichzelf niet veilig. Het
 personeel is redelijk tevreden met de wijze waarop de school omgaat met gevoelens en signalen van onveiligheid. Collega's en schoolleiding nemen deze signalen en gevoelens serieus en men kan er zowel met collega's als met de schoolleiding over praten. De meeste personeelsleden vinden dat ze in staat zijn met bedreigende situaties in en rond het schoolgebouw en in de klas om te gaan. Wel geeft de helft aan niet te weten hoe ze moeten handelen in geweldsituaties.

Schoolbeleid

Het beleid ten aanzien van geweld is volgens de meeste personeelsleden een incidentenbeleid; een draaiboek voor het omgaan ermee ontbreekt dan ook. Wel proberen ze leerlingen duidelijk te maken dat geweld geen oplossing is en te voorkomen dat leerlingen het slachtoffer worden van geweld. Vandalisme wordt volgens het gehele personeel van de onderbouwlocatie en 70% van de bovenbouwlocatie direct gestraft. Tegelijkertijd geven ze aan dat voor betrapte leerlingen niet één lijn wordt gevolgd en dat de straf afhangt van degene die de leerling betrapt.

Op normoverschrijdend gedrag wordt volgens twee derde niet gereageerd en driekwart geeft aan dat ieder personeelslid zelf bepaalt of en hoe hij erop reageert. Circa twee derde van het personeel zegt dat er afspraken zijn over het omgaan met leerlingen die betrapt worden op het dealen van drugs, dat leerlingen met alcoholproblemen naar een geëigende instantie worden verwezen en dat men gokverslaving ook als een probleem van de school beschouwt.

Ook ten aanzien van ordeverstoringen geeft de meerderheid van het personeel aan dat geen duidelijke lijn wordt getrokken naar leerlingen die uit de les verwijderd worden of de orde verstoren. Het personeel van de onderbouwlocatie vindt echter dat deze duidelijke lijn er wél zijn. Het personeel is van mening dat de school veel kan doen aan pesten. De meesten doen er wat aan als ze merken dat er gepest wordt, en volgens velen doet de school er veel aan om pesten te voorkomen.

Actiepunten

Op basis van het onderzoek heeft Bakendonck een lijst met actiepunten opgesteld waaraan ze zouden willen werken. Op beide locaties wil de school aandacht besteden aan beleid en draaiboeken ten aanzien van geweld, normoverschrijdend gedrag en ordeverstoringen. Andere punten die volgens de school aandacht nodig hebben, zijn in ieder geval het veiliger maken van de fietsenstalling en de directe schoolomgeving, het elkaar uitschelden van leerlingen en het voorkomen van storend schoolgedrag.

Ook wil men aandacht besteden aan het omgaan met geweld door personeel, aangezien velen aangeven daar niet mee uit de voeten te kunnen. Daarnaast zijn er ook locatie specifieke aandachtspunten opgesteld. Zo is op de onderbouwlocatie pesten nog steeds een probleem, evenals het schoppen en slaan. Op de bovenbouwlocatie laat de relatie tussen het personeel en de leerlingen te wensen over: het personeel reageert volgens leerlingen boosheid op hen af en leerlingen kunnen lang niet altijd terecht met problemen.

Tevens zou op deze locatie meer aandacht besteed kunnen worden aan het leren van sociale vaardigheden en omgaan met ruzies, melden leerlingen ongewenste aanrakingen door medeleerlingen en personeel en wordt er door enkelen in drugs gehandeld.

{jssocials}
Share on Facebook!Share on Twitter!g+