Definitie van ADHD

In de DSM-5 wordt gesproken van aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD). ADHD wordt in de DSM-5 tot de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen gerekend en verwijst naar een hardnekkig patroon van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit dat het dagelijkse functioneren of de ontwikkeling in significante mate belemmert.

Diagnose ADHD volgens DSM-5

Voor het stellen van de diagnose ADHD zijn volgens de DSM-5 de volgende criteria belangrijk.

Het symptoomcriterium: de aanwezigheid van zes of meer symptomen van negen aandachtstekort symptomen, ofwel de aanwezigheid van zes of meer symptomen van negen hyperactiviteit-/impulsiviteitsymptomen, ofwel zes of meer symptomen van beide (aandachtstekort en hyperactiviteit-impulsiviteit) typen symptomen.

Het leeftijdscriterium: meerdere van de symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren vóór het twaalfde jaar aanwezig.

Het contextcriterium: enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school of werk, met vrienden of thuis). De symptomen moeten aanwezig zijn in meer dan één context. Dus niet alleen in het gezin, of alleen op school.
Het beperkingscriterium (impairment): er moeten duidelijke aanwijzingen zijn dat de symptomen het sociale of schoolfunctioneren belemmeren of de kwaliteit ervan verminderen.

Het ‘andere stoornissen criterium’: de symptomen kunnen niet verklaard worden door een andere diagnose (bijvoorbeeld een stemmingsstoornis, angststoornis of een oppositionele–opstandige stoornis; in de DSM-IV was dit de ‘oppositioneel-opstandige gedragsstoornis’).

In de DSM-5 wordt de ernst van de ADHD-symptomen gespecificeerd als licht, matig of ernstig:

Licht: niet of nauwelijks meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig en de symptomen leiden slechts tot lichte beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren.

Matig: er zijn symptomen of functionele beperkingen tussen ‘licht’ en ‘ernstig’ aanwezig.

Ernstig: veel meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig, of verschillende bijzonder ernstige symptomen zijn aanwezig of de symptomen leiden tot duidelijke beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren.

In de DSM-5 worden drie beelden (presentaties) van ADHD onderscheiden:

Het overwegend onoplettende beeld: er is vooral sprake van ernstige en aanhoudende aandachtsproblemen.

Het overwegend hyperactieve/impulsieve beeld: er is vooral sprake van ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit.

Het gecombineerde beeld
ADHD-C, het gecombineerde type. Zowel problemen van het onoplettende als het hyperactieve type zijn aanwezig. Dit type ADHD komt het meeste voor en zal in deze tekst als uitgangspunt worden genomen.

Bij jeugdigen met ADHD-symptomen die niet volledig voldoen aan de criteria, maar bij wie wel sprake is van klinisch significante beperkingen in het functioneren, spreekt men van ongespecificeerde aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis.

Opvallende gedragskenmerken (zie onderstaand tabel 2.2: Voorbeelden van opvallende gedragskenmerken bij ADHD) kunnen de jeugdprofessional helpen om eventuele ADHD te herkennen, niet om ADHD vast te stellen. Vaststellen van ADHD kan pas na zorgvuldige diagnostiek (zie het hoofdstuk Signalering, screening en diagnostiek).

Voorbeelden van opvallende gedragskenmerken bij ADHD

ADHD overwegend hyperactieve/impulsieve beeld
ADHD-H, het overwegend hyperactieve en impulsieve type. Hier staan ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit op de voorgrond

- Moeilijk stil kunnen blijven zitten
- Moeilijk op beurt kunnen wachten
- Niet rutsig kunnen spelen
- Overdreven veel praten
- Anderen in de rede vallen
- Zich vaak in gevaarliijke situaties storten
- Zichzelf moeilijk kunnen afremmen

ADHD overwegend onoplettende beeld

ADHD-I, vroeger ook wel ADD-type genoemd. Hierbij staat een aandachtstekort het meest op de voorgrond

- Snel afgeleid zijn
- Dromerig zijn
- Passief lijken
- Teruggetrokken zijn
- Ongeorganiseerd en vergeetachtig zijn
- Niet lijken te luisteren
- Niet luisteren naar wat anderen zeggen
- Vaak dingen kwijt zijn
- Gemakkelijk afgeleid worden
- Moeite hebben met sociale interactie
- Moeilijk instructies kunnen volgen
- Veel kwijtraken of vaak iets verliezen
- Moeilijk blijvend de aandacht kunnen richten
- Moeilijk de aandacht bij taken op spelactiviteiten te houden
Share on Facebook!Share on Twitter!g+