Lithiumcarbonaat

Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.

Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Lithiumcarbonaat (Li2CO3) is een lithiumzout van diwaterstofcarbonaat. Het wordt gebruikt als middel bij een bipolaire stoornis.

Chemie[bewerken]
Vindplaatsen en synthese[bewerken]
Lithiumcarbonaat komt in de natuur voor als het zeldzame mineraal zabuyeliet. In de verbrandingsresten van planten (onder andere van tabak) komt lithiumcarbonaat voor.

Lithiumcarbonaat kan bereid worden door een lithiumaluminiumsilicaat, zoals spodumeen, eerst te verhitten met kaliumsulfaat (K2SO4), waarbij onder meer lithiumsulfaat (Li2SO4) ontstaat. Door reactie van dit lithiumsulfaat met natriumcarbonaat (Na2CO3) ontstaat onder meer lithiumcarbonaat.

Een andere methode is de reactie van een goed in water oplosbaar lithiumzout (zoals lithiumchloride) met natriumcarbonaat:

Toepassing als geneesmiddel

Lithiumcarbonaat is een oud en zeer effectief geneesmiddel voor behandeling van de bipolaire stoornis (vroeger de manisch-depressieve psychose). Het is eveneens geregistreerd om profylactisch toe te passen. Lithiumcarbonaat is echter een middel dat met grote voorzichtigheid en nauwkeurigheid moet worden toegepast.

Lithiumcarbonaat maakt gezonde proefpersonen niet vrolijker en werkt nauwelijks kalmerend. Het middel heeft een specifiek effect op de verschijnselen van de bipolaire stoornis: het gaat de verschijnselen van manie tegen en stabiliseert de stemming tussen de fasen, waardoor deze minder voorkomen en minder heftig verlopen.[1] Het werkingsmechanisme is niet bekend; lithiumionen beïnvloeden veel mechanismen in de zenuwcel, waaronder de natriumpomp langs de membranen, en werken in op de transmitters dopamine en noradrenaline (niet op serotonine) en op de verdere verwerking van de prikkel in de cel (de zogenaamde second messenger).[2] Onbekend is of een van deze of nog een ander mechanisme het stemmingstabiliserende effect verklaart.

Geschiedenis

In de negentiende eeuw werd met lithiumzouten geëxperimenteerd als behandeling voor jicht. Eind jaren 40 van de 20e eeuw werd lithiumchloride geprobeerd als keukenzoutvervanger bij een natriumbeperkt dieet, met ernstige gevolgen, soms zelfs met de dood als gevolg. In Australië ontdekte J.F.J. Cade dat ratten die in een experiment lithiumcarbonaat toegediend kregen, slaperig werden. Cade probeerde het middel toen uit bij opgewonden en bij manische patiënten. In 1949 schreef hij in een artikel dat het middel specifiek werkte bij manie. Hij werd aanvankelijk niet geloofd.[3]

Indicatie

Lithiumcarbonaat kan worden toegepast in de manische fase, maar een belangrijke toepassing is eveneens het voorkomen van zowel manische als depressieve fasen.

Dosering en voorzorgen[bewerken]
De gewenste dosering wordt vastgesteld met bloedspiegelbepaling. In de manische fase is een spiegel van ongeveer 1,0 mmol/L na te streven; als het preventief wordt voorgeschreven wordt een spiegel van 0,4 tot 0,8 mmol/L nagestreefd. De spiegel moet gecontroleerd worden omdat deze kan wijzigen bij een veranderde vochtbalans, zoals bij warm weer, koorts en diarree met uitdroging. Talrijke geneesmiddelen verstoren de bloedspiegel: de meest gebruikte zijn diuretica, RAS-remmers, NSAID's en COX-2-remmers. Volgens het protocol zullen ook de nierfunctie en de schildklier worden gecontroleerd.

In 2006 en 2007 kregen een cardioloog en een apotheker een tuchtrechtelijke waarschuwing inzake een overleden patiënte. De behandelend huisarts en psychiater in loondienst werden vrijgesproken. Het kwartet had onvoldoende onderling contact gehouden bij de interacties tussen lithiumcarbonaat en het door de cardioloog toegevoegde furosemide en fosinopril.[4][5]

Blootstelling aan lithiumcarbonaat tijdens de zwangerschap kan leiden tot geboorteafwijkingen, en de Gezondheidsraad heeft lithiumcarbonaat ingedeeld in de categorie geneesmiddelen die schade toebrengen aan de ongeboren vrucht. In een studie werd een dergelijk verband niet gevonden bij lage doseringen, mogelijk treedt er dus alleen bij hogere doseringen schade op.[6][7]

Lithiumcarbonaat wordt via de moedermelk doorgegeven en kan mogelijk schade toebrengen aan de zuigeling.[6]

Bijwerkingen

Bij lithiumcarbonaat is aan te bevelen de gehele dosis voor de nacht in één keer in te nemen. Trillende handen, een zoute smaak in de mond, dorst, veel urineren zijn veel voorkomende bijwerkingen. Wanneer het urineren te erg wordt, is medische aandacht nodig om te voorkomen dat er renale diabetes insipidus ontstaat. Lithiumcarbonaat kan de oorzaak zijn van een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie). Een vergiftiging door lithiumcarbonaat kan leiden tot verwardheid, onrust, trillen en zelfs de dood.[8]

Protocol

In de praktijk wordt over de lithiumpoli gesproken. Hier worden met lithiumcarbonaat behandelde patiënten gecontroleerd volgens een vast schema. Er wordt gevraagd hoe de stemming van de patiënt is en er wordt gevraagd of er bijwerkingen zijn opgetreden. De nierfunctie is hierbij het belangrijkst: grote urineproductie (bijvoorbeeld meer dan 3,5 liter per 24 uur) verdient aandacht, maar ook de zoute smaak in de mond, want dit kan duiden op een (dreigende) beschadiging van de nier (nefrogene diabetes insipidus). Controle van gewicht en halsomvang zijn eveneens van belang. In het bloed worden de hoeveelheden lithium, creatinine, TSH en natrium bepaald.


Met toestemming overgenomen van WikiPedia

Zie voor referenties WikiPedia
Share on Facebook!Share on Twitter!g+